|
|
De Vrijmetselarij. Door de eeuwen heeft ze het imago gehad van een geheimzinnig genootschap. En eigenlijk wel tot op de dag van vandaag. 'Ten onrechte', zegt Diederik van Rossum, sinds juni de welbespraakte Grootmeester van de Orde van de Vrijmetselaren in Nederland.
ALMELO Want er is, aldus de Grootmeester, maar één voorwaarde om lid te kunnen worden van een Vrijmetselaarsloge. 'Je moet de veronderstelling hebben dat er een zin is van het leven. Dat er iets is in de natuur dat het bevattingsvermogen te boven gaat.'
We zijn voor het interview in de Vrijmetselaarsloge Fraternité in Almelo waar Van Rossum op bezoek is. Het gebouw heeft een entreehalletje, er is een noem het ontspanningsruimte met buffet, en dan is er het vertrek waar het om gaat. Het is geen 'Heilige der Heiligen', het is geen tempel, het is geen kerkzaal, het is zoals het bij de Vrijmetselaars heel neutraal heet de logeruimte. Vierkante zwarte en witte tegels op de vloer, twee rijen stoelen achter elkaar aan de lange zijden, tegenover de entree aan de korte zijde de zetel van de voorzitter, indirect kunstlicht, middenin de ruimte op de vloer een ruwe steen met beitel en hamer, en vlak voor de stoel van de voorzitter een bijbel met daarop een passer en een winkelhaak.
3 oktober 2003 door Albert Holterman
 foto Carlo ter Ellen
Buitenstaanders in dit geval een fotograaf en een journalist mogen er nu rondkijken, maar tot een jaar of vijftien geleden was dat niet zo. Zoals ook de rituelen waarmee de Vrijmetselaars worden ingewijd tot gezel, leerling en meester altijd met geheimzinnigheid omgeven zijn geweest.
Sinds enige tijd zijn ze met foto's en al op een website op internet te zien. 'Iemand' heeft ze erop gezet. Er zijn Vrijmetselaars die dat erg vinden, zegt Van Rossum. Maar hij niet. 'De rituelen zijn symbolisch. Ik heb er geen enkel probleem mee dat ze nu op internet staan. Het is bij de inwijding toch de chemie van het moment.' Hij maakt deze vergelijking: 'Je weet pas hoe een sinaasappel smaakt als je 'm geproefd hebt, en je weet pas hoe het ritueel is als je het beleefd hebt. ''Persoonlijke beleving' is een begrip dat in het gesprek met de Grootmeester vele malen terugkeert. Dogma's zijn er in de Vrijmetselarij niet. Het gaat erom hoe iemand zijn relatie tot het 'onzegbare' beleeft. Want er moet volgens de Vrijmetselarij méér zijn dan de zichtbare wereld, de dagelijkse realiteit en alles wat de natuurwetenschappen kunnen verklaren. Van Rossum: 'Elk voorjaar zie ik in de natuur een werkzaamheid die gewoon haar gang gaat. De biologie kan niet verklaren waarom er blaadjes aan de bomen komen: ze waren er niet, maar ze komen toch. Er is een werkelijkheid die uit 't niets schept, en zolang ik dat in het voorjaar zie, voel ik mij veilig in de wereld.'
Die 'werkelijkheid die uit 't niets schept' heet bij de Vrijmetselaars de 'Opperbouwmeester des Heelals'. Ze bedoelen er niet een antropomorf opperwezen mee (een uitvergrote projectie van de mens), maar een kracht, een inspiratie, een 'zelf onbewogen beweger' die achter/boven de zichtbare werkelijkheid schuilgaat. In de woorden van Shakespeare: 'Er is méér tussen hemel en aarde dan waarvan je ooit gedroomd hebt.' De Vrijmetselarij stelt zich ten doel, aldus Van Rossum, om de mens te begeleiden op zijn zoektocht naar persoonlijke antwoorden op die grote vragen 'tussen hemel en aarde'. De Orde van de Vrijmetselaren (die in Nederland 145 loges telt, waarvan vijf in Twente) is een mannengemeenschap; vrouwen worden niet toegelaten.
Kan dat nog wel in deze tijd? Van Rossum: `Als een man zichzelf beter leert kennen 'in zijn soort', dan wint zijn omgang met vrouwen aan kwaliteit.' Als afgestudeerd psycholoog (hij is directeur van het Instituut voor Psychosynthese in Utrecht) schetst hij hoe de man -met name in de tegenwoordige tijd- aan veel eisen moet voldoen. Behalve een liefhebbende echtgenoot en gloedvol minnaar in bed, moet hij een fantastische vader zijn, in zijn werk iemand die carière maakt en bij alle collega's geliefd is, in zijn vrije tijd een helper voor iedereen. Dan kan het, aldus Van Rossum, heel prettig zijn om één avond in de week in een loge van de Vrijmetselaars met mannen onder elkaar te zijn. 'Broeder', zo spreken ze elkaar aan. Dat klinkt wat oubollig, erkent Van Rossum, en het riekt naar de zwaar gereformeerde hoek waar de lidmaten elkaar 'broeders en zusters' noemen. 'Maar bij ons staan de vriendschapsbanden voorop', aldus de Grootmeester, 'de term 'broeder' komt uit de vroeg-christelijke traditie. Door elkaar als broeder te groeten geef je aan dat je samen op zoektocht bent. Het staat ook voor het ideaalbeeld dat alle mensen broeders van elkaar zijn'. Een keer of vijf per jaar wordt in de logeruimte een allegorisch spel opgevoerd dat moet helpen bij die zoektocht. Het zijn gelegenheden waarbij de Vrijmetselaars in rokkostuum verschijnen. Van Rossum omschrijft de logeruimte als 'verheven ruimte'. 'En we kleden ons in rokkostuum om ons te verheffen boven wie we zijn in het dagelijks leven.' Zoeken naar wijsheid, zoeken naar inzicht, dat is het doel van de allegorische spelen. Zoeken ook dus naar jezelf. Dat wordt gesymboliseerd door de ruwe steen in de logeruimte. De mens begint als ruwe steen en moet daar een kubus van zien te maken. Die kubus is uiteraard ook weer een symbool: van de mens die wijs geworden is. Maar daar mag het, aldus de Grootmeester, niet bij blijven. 'Het gaat er ook om hoe je die wijsheid gebruikt ten dienste van je medemens en dat je ook beseft dat je als mens een wereld bewoont die aandacht nodig heeft.' De logeruimte ligt op het oosten, en het oosten is de inspiratiebron. Het westen is in de filosofie van de Vrijmetselarij de wereld van het doen, van het dagelijks leven. Daar, in het westen, moet de wijsheid worden uitgedragen. En vandaar dat de 'broeders' wordt voorgehouden: 'Doe u in het westen kennen als Vrijmetselaar.' Als er geen bijzondere bijeenkomst met allegorisch spel is, houden de 'broeders' wekelijks een 'comparitie'. Dat houdt in, dat één van hen een voordracht houdt over een of ander onderwerp. Die voordracht dient als 'bouwstuk' voor de daaropvolgende gedachtenwisseling, comparitie geheten.
Er zullen wel niet veel bouwvakkers lid zijn. Van Rossum glimlacht: 'We zijn niet echt een afspiegeling van de maatschappij. Maar vroeger was in de loge van Utrecht de burgemeester lid en ook zijn chauffeur. En in één van de loges in Amsterdam is de 'beste biertapper van het jaar 2000' lid.'
|